top of page

Wat is de FIRE-beweging? (Financiële Onafhankelijkheid & Eerder Stoppen met Werken)

Stel je dit eens voor: je hebt tientallen jaren besteed aan het vullen van je financiële spaarvarken, je hebt financiële onafhankelijkheid bereikt, de koffie staat te pruttelen … maar hoeveel kun je elk jaar veilig uit je belegde vermogen opnemen zonder ooit zonder geld te raken?

Decennialang heeft de FIRE-gemeenschap (Financial Independence, Retire Early) gezworen bij de 4%-regel. Het klinkt eenvoudig, bijna als een fitnessroutine voor je financiën: neem 4% op, verhoog dit elk jaar met inflatie. Maar wat betekent het nu echt, waar komt het vandaan en is het vandaag de dag nog steeds houdbaar?

Check onze Fire calculator om ook met de 4% regel te kunnen spelen. 

📜 De oorsprong van de 4% regel

De 4%-regel vindt zijn oorsprong in een klassiek artikel van William P. Bengen, gepubliceerd in het Journal of Financial Planning in oktober 1994: “Determining Withdrawal Rates Using Historical Data.”

In zijn onderzoek analyseerde Bengen historische Amerikaanse marktgegevens over een periode van meer dan 50 jaar. Hij ontdekte dat een gediversifieerde beleggingsportefeuille—meestal ongeveer 50–60% aandelen en 40–50% obligaties—opnames van 30 jaar of langer kon doorstaan als een gepensioneerde begon met het opnemen van 4% van de initiële portefeuillewaarde en dat bedrag vervolgens jaarlijks aanpaste voor inflatie.


In praktische termen:

  • $40.000 per jaar uit een portefeuille van $1.000.000 in het eerste jaar

  • $41.200 in jaar twee bij een inflatie van 3%, enzovoort

Zelfs tijdens zware marktcrashes overleefden portefeuilles doorgaans met deze aanpak.

De FIRE-gemeenschap omarmde dit idee als een eenvoudige vuistregel voor het stellen van doelen: hoeveel moet je sparen en hoeveel kun je uitgeven? Het werd al snel bijna mythisch—een magisch getal.

📈 Wat de 4% regel echt betekent

In essentie:

🎯 Startpunt: Neem in het eerste jaar 4% van je totale belegde vermogen op.
📈 Daarna: Verhoog de opname elk jaar met inflatie.
Doel: Zorgen dat de portefeuille minimaal 30 jaar meegaat.
📊 Portefeuille-allocatie: Meestal gebaseerd op studies die uitgaan van 50–75% aandelen en de rest in obligaties.

Veel FIRE-blogs—zoals Mr. Money Mustache, Early Retirement Now, enThe Mad Fientist—gebruiken de regel als basis om een veilige opnamevoet te definiëren.

Het is geruststellend eenvoudig: hard werken, verstandig uitgeven en leven van het rendement.

🧠 Waarom is de 4% regel zo belangrijk voor de FIRE community?

FIRE draait om controle, duidelijkheid en eenvoud. De 4%-regel biedt:

Een concrete richtlijn: Geen complexe formules, gewoon een duidelijk percentage.
💡 Heldere spaardoelen: Werk terug van jaarlijkse uitgaven naar het benodigde kapitaal.
📆 Duurzaamheid: Ontworpen rond een pensioenperiode van 30 jaar, wat goed aansluit bij FIRE-planning.

De mens is altijd op zoek naar vuistregels. Hiermee worden complexe problemen platgeslagen om het overzichtelijk te maken. Een complexe methode werkt demotiverend, terwijl de 4% regel makkelijk, vergelijkbaar en gebruikersvriendelijk is. 

📊 Wat recentere onderzoeken laten zien

🧪 Monte Carlo-simulaties

Recente studies maken gebruik van Monte Carlo-simulaties, waarbij duizenden willekeurige marktscenario’s worden gemodelleerd in plaats van uitsluitend te vertrouwen op historische reeksen.

Deze studies suggereren:

✔️ Portefeuilles met een hogere aandelenallocatie hebben doorgaans hogere gemiddelde eindwaarden en lagere langetermijnfaalkansen.
✔️ Een rigide 4%-opnamestrategie kan echter nog steeds falen onder ongunstige marktomstandigheden, vooral wanneer slechte rendementen zich vroeg voordoen.

 

🌍 Bewijs Buiten de Verenigde Staten

Onderzoek naar Duitse marktgegevens laat zien dat een opnamevoet van 4% met een 50/50 aandelen-obligatieallocatie historisch ook standhield—maar de resultaten variëren sterk afhankelijk van de periode en de gehanteerde succescriteria.

Dit toont aan dat de regel geen puur Amerikaans fenomeen is, al is hij wel sterk contextafhankelijk.

 

🌟 Voordelen van de 4%-regel

✅ Eenvoud: Gemakkelijk te begrijpen en toe te passen.
✅ Sterke historische prestaties: Vooral in Amerikaanse marktgegevens.
✅ Duidelijkheid in planning: Maakt FIRE-doelen tastbaar.
✅ Bescherming tegen inflatie: Jaarlijkse aanpassingen helpen de koopkracht te behouden.

Eerlijk gezegd is het een van de redenen waarom de FIRE-beweging überhaupt zo toegankelijk is geworden.

 

⚠️ De Nadelen en Kritiek

Geen enkele vuistregel is perfect—en de 4%-regel vormt daarop geen uitzondering. Hoewel hij in veel historische simulaties opmerkelijk robuust is gebleken, heeft modern onderzoek verschillende structurele zwaktes blootgelegd die FIRE-planners moeten begrijpen voordat ze er te veel vertrouwen in stellen.

📉 Te Optimistisch in een Lage-Rente economie

Een van de belangrijkste kritieken op de 4%-regel is dat deze is afgeleid uit een historische periode die sterk verschilt van de huidige beleggingsomgeving.

Toen William Bengen zijn oorspronkelijke onderzoek uitvoerde, waren obligatierentes aanzienlijk hoger dan nu. Gedurende een groot deel van de 20e eeuw leverden hoogwaardige staatsobligaties routinematig 4–6% of meer op in reële termen, wat een sterke en betrouwbare buffer bood voor pensioenportefeuilles. Hierdoor konden obligaties wezenlijk bijdragen aan de houdbaarheid van de portefeuille en tegelijkertijd de volatiliteit dempen.

 

Onderzoek van Wade Pfau, Michael Finke, and David Blanchett toont aan dat wanneer de verwachte toekomstige rendementen—met name obligatierendementen—aanzienlijk lager zijn, een inflatie-gecorrigeerde opnamevoet van 4% veel kwetsbaarder wordt. In langdurige laag-rente omgevingen genereren portefeuilles simpelweg niet genoeg reëel rendement om consistente opnames te compenseren, vooral wanneer inflatiecorrecties zich in de tijd opstapelen.

Hun bevindingen suggereren dat onder laag-rente aannames:

  • Faalkansen sterk toenemen

  • Veilige opnamevoeten mogelijk moeten dalen richting 3–3,5%, of zelfs lager

  • Het historische succes van de 4%-regel mogelijk niet herhaalbaar is in de toekomst

Met andere woorden, de wiskunde is niet veranderd—maar de invoer wel. Lagere verwachte rendementen verkleinen de foutmarge, waardoor een vaste opname van 4% agressiever is dan het lijkt.

​📉 Niet generiek toe te passen

Een andere belangrijke beperking is dat de 4%-regel niet universeel robuust is over alle historische periodes of markten.

Later onderzoek heeft aangetoond dat de regel niet in elk tijdperk even goed zou hebben gewerkt. Met name pensioenstartdata in de jaren zestig vormden serieuze uitdagingen.

 

Deze periode werd gekenmerkt door:

  • Hoge inflatiecijfers

  • Lage vastgoed rendementen

  • Slechte obligatie resultaten

Onder deze omstandigheden kregen portefeuilles te maken met aanhoudende reële dalingen, en vaste reële opnames versnelden de uitputting. Sommige analyses laten zien dat gepensioneerden die in deze ongunstige periodes begonnen, hun portefeuilles ruim vóór de 30 jaar zouden hebben opgebruikt.

Internationaal onderzoek versterkt dit punt verder. 

Dit suggereert dat Bengens resultaten werden beïnvloed door uitzonderlijk sterke prestaties van de Amerikaanse kapitaalmarkten, die mogelijk niet wereldwijd generaliseerbaar zijn.

 

De bredere implicatie is duidelijk:

Een regel die werkt in één land, eeuw of marktregime kan falen in een andere. Vaste opnamevoeten missen aanpassingsvermogen en zijn daardoor inherent kwetsbaar voor structurele verschuivingen in inflatie, groei en rendementen.

🌀 Sequence-of-Rendement Risico

Misschien wel de gevaarlijkste en minst intuïtieve zwakte van de 4%-regel is het sequence-of-returns-risico.

Sequence-of-returns-risico verwijst naar de volgorde waarin marktrendementen optreden—niet het gemiddelde rendement over de tijd. Twee beleggers kunnen hetzelfde langetermijngemiddelde rendement behalen, maar toch totaal verschillende uitkomsten ervaren, afhankelijk van of verliezen vroeg of laat in het pensioen optreden.
 

Wanneer negatieve rendementen vroeg toeslaan, wordt de schade vergroot omdat:

  • Opnames doorgaan ongeacht de marktomstandigheden (Je moet toch eten he)

  • Activa worden verkocht tegen lage prijzen 

  • De portefeuille haar vermogen verliest om te herstellen wanneer markten weer aantrekken (compound-interest effect wordt dan lager)
     

Dit creëert een cumulatief effect waarbij vroege verliezen het toekomstige verdienvermogen van de portefeuille permanent verminderen. Zelfs als de markten later goed presteren, kan er simpelweg niet genoeg kapitaal overblijven om van het herstel te profiteren.

Zoals QV Investors en andere institutionele onderzoekers benadrukken, verklaart dit risico waarom portefeuilles kunnen falen ondanks acceptabele langetermijngemiddelden. De 4%-regel veronderstelt een stabiel, inflatie-gecorrigeerd opnamepad—maar markten zijn allesbehalve stabiel.
 

Cruciaal is dat vaste opnameregels geen ingebouwd mechanisme bieden om te reageren op slechte vroege rendementen. Zonder flexibiliteit—zoals tijdelijk minder uitgeven of opnames aanpassen—draagt de gepensioneerde de volledige last van slecht timing. QV Investors

Daarom kiezen wij bijvoorbeeld voor Barista Fire, omdat dit gelegenheid biedt om eerder te stoppen, terwijl je gedurende een X aantal jaar nog de mogelijkheid neemt om extra centjes bij de verdienen. 
Lees meer over wat Barista Fire inhoudt. 

Of waarom wij voor Barista Fire kiezen

📊Data Suggests Lower “Safe” Rates

Veel financieel planners stellen nu dat een veiligere opnamevoet vandaag de dag dichter bij 3% dan bij 4% ligt, gezien de lagere verwachte rendementen en hogere onzekerheid. Maar in zeer recente jaren vind je ook podcasts, YouTube-video’s en artikelen die juist hogere percentages bepleiten, vooral vanwege de recente bloeijaren.

🧠 Portefeuille-Allocaties in het Onderzoek (en Waar Vastgoed in Past)

Het meeste academische onderzoek achter de 4%-regel is gebaseerd op een vereenvoudigd model met twee activa:

📌 Typische allocatie: 50–75% aandelen en 25–50% obligaties, wat de historische balans weerspiegelt tussen groei (aandelen) en stabiliteit (obligaties)

📌 Hogere aandelenblootstelling: Leidt tot sterkere langetermijngroei en hogere overlevingskansen van de portefeuille, maar verhoogt ook de kortetermijnvolatiliteit en het neerwaartse risico

📌 Lage obligatierentes: Verminderen de historische “schokdemper”-rol van obligaties en verkleinen de veiligheidsmarge voor vaste, inflatie-gecorrigeerde opnames

🏠 Waar Komt Vastgoed in Beeld?

Vastgoed ontbreekt opvallend genoeg in de meeste klassieke studies over de 4%-regel, niet omdat het geen waarde heeft, maar omdat het moeilijk consistent te modelleren is. Direct vastgoed verschilt sterk per:

  • Locatie

  • Leverage

  • Liquiditeit

  • Beheerintensiteit

  • Belastingregels per land
     

Als gevolg daarvan sloten vroege onderzoeken—waaronder Bengens oorspronkelijke werk—het grotendeels uit ten gunste van liquide, gemakkelijk meetbare activaklassen.

Dat gezegd hebbende gedraagt vastgoed zich in de praktijk als een hybride activaklasse, met kenmerken van zowel aandelen als obligaties:

📌 Inkomensgeneratie: Huurinkomsten kunnen functioneren zoals obligatiecoupons en relatief stabiele kasstromen bieden, wat de afhankelijkheid van portefeuille-opnames kan verminderen.

📌 Inflatiebescherming: Huren en vastgoedwaarden hebben historisch gezien een gedeeltelijke koppeling aan inflatie, wat waardevol kan zijn voor het behoud van reële koopkracht.

📌 Lagere correlatie: Vastgoedrendementen correleren vaak niet perfect met aandelen, wat potentiële diversificatievoordelen biedt.

⚠️ Belangrijke Kanttekeningen met Vastgoed bij de 4%-regel

Hoewel vastgoed een FIRE-plan kan versterken, compliceert het ook de directe toepassing van de 4%-regel:

  • Illiquiditeit: Vastgoed kan niet gedeeltelijk worden verkocht om jaarlijkse opnames te financieren, wat vaste opnamestrategieën moeilijker maakt.

  • Schoksgewijze kasstromen: Onderhoud, leegstand en kapitaaluitgaven kunnen anderszins stabiele inkomsten verstoren.

  • Waarderingsonzekerheid: In tegenstelling tot openbare markten worden vastgoedwaarden niet continu geprijsd.

  • Leverage-risico: Hypotheken vergroten zowel rendementen als verliezen, vooral tijdens neergangen.

  • Door deze factoren past een vastgoed-zware portefeuille niet netjes binnen het klassieke 4%-kader.

🧠 Conclusie vastgoed

De 4%-regel is ontworpen voor liquide aandelen- en obligatieportefeuilles, niet voor complexe multi-assetstructuren. Het toevoegen van vastgoed kan de veerkracht verbeteren—maar alleen als de unieke risico’s worden begrepen en beheerst.

Kortom:
Assetallocatie is belangrijk—heel belangrijk.
Maar het type activa, de liquiditeit en de betrouwbaarheid van kasstromen zijn minstens zo belangrijk.

🧩 Conclusie: Een vuistregel - geen harde wiskunde

De 4%-regel heeft de FIRE-beweging geholpen om abstracte doelen van financiële onafhankelijkheid om te zetten in iets concreets en uitvoerbaars. De vuistregel kan je op weg helpen om te beginnen aan de mooie FIRE reis, maar moet niet gezien worden als "De waarheid". 

bottom of page